Tekst : Joyce Smits | Foto: Wim Goedhart
Hij heeft 75 jaar gespeeld en miste zelden een repetitie of uitvoering. Nu is Albert Alberts 89 jaar. Op zijn 83ste liet zijn gehoor hem in de steek en was hij genoodzaakt zijn bariton neer te leggen.
Zo maakte de inwoner van Wilhelminaoord, die zijn carrière in het orkest begon bij Muziekvereniging Concordia in Frederiksoord, een groot deel van honderd jaar muziekgeschiedenis van de gemeente Westerveld mee. Aanstaande zondag mag hij er tijdens een nieuwe editie van Dikke Verhalen over vertellen in dorpshuis De Wiekslag in Wapserveen. Net als Kor Pals (65), een al even geëngageerd lokaal muzikant, maar dan van huis uit van Muziekvereniging Excelsior uit Wapserveen.
Bestaansrecht
Excelsior en Concordia kennen beide hun oprichting in 1925. In Wapse volgde in 1927 Muziekvereniging Vogido. „Het samengaan van Excelsior en Concordia in 1960 heeft de muziekgeschiedenis van Westerveld gered”, meent Pals. „Het is de beste zet ooit geweest. Kijk naar de regio. Muziekvereniging De Bosnimf in Havelte is een slapende vereniging, andere vereniging gaan over de kop. Ook de fusie in 2013 met Vogido uit Wapse tot wat wij als VCE Westerveld nu zijn, is heel belangrijk geweest. Wapse had geen bestaansrecht meer.”
Alberts, drie jaar geleden uitgeroepen tot erelid, herinnert zich de repetitieavonden in het café in Wapserveen. „We stonden met elkaar om het biljart heen te spelen. Bij velen stond er op de lessenaar een asbakje. De sigaretten lagen klaar om in de pauze te kunnen gaan roken. Prachtig was dat”, lacht hij. Pals vult aan: „Als de repetitie was afgelopen was het helemaal mistig, want zo hoog was het plafond er niet.”
Alberts kreeg de muziek van huis uit mee van zijn vader, bij wie de liefde voor het korps ook door de aderen vloeide. Hij volgde zijn vader op in het bestuur, waar hij uiteindelijk veertig jaar inzat. „We moesten het van de optochten en serenades hebben. Als echtparen 25 jaar waren getrouwd, gingen we altijd. Op de fiets, door weer en wind, over zandpaden, met de instrumenten op de rug. Meestal kregen we eerst een borreltje voordat we teruggingen. Toen was dat 25 jaar, later ging dat naar 40 en zelfs 50 jaar.”
Pals vult aan: „Nu is het anders geworden. We doen het nog wel, maar dan bij 60 en 65 jaar en we gaan – in overleg met de familie – met de blaaskapel.”
‘Niet meer zuiver’
Alberts herinnert zich ook de optochten door Wapserveen. „Het ene jaar van het Westeinde naar het Oosteinde en het andere jaar van het Oosteinde naar het Westeinde. Zeven kilometer. Onderweg stopten we bij drie cafés. Op een gegeven moment kwamen er klachten. De noten waren niet meer zo zuiver”, lacht hij.
Dat er honderd jaar geleden voldoende animo was voor drie muziekverenigingen in eenzelfde aantal kleine dorpen, vindt Ab Winters, samen met Henk Idserda verantwoordelijk voor de organisatie van Dikke Verhalen, niet verrassend. Winters: „De Eerste Wereldoorlog was net afgelopen. Er was behoefte aan saamhorigheid. Er kwamen kerkelijke en maatschappelijke verenigingen. De opbloei van verenigingen zag je vooral op het platteland. Mensen waren blij dat ze met z’n allen iets konden doen. Het materiaal werd goedkoper. Er kwam ruimte voor ontspanning.”
Door een verandering in muziekkeuze de laatste jaren, blijft VCE volgens Pals aantrekkelijk voor de jeugd. „Vorig jaar hadden we De Meenthe in Steenwijk twee keer uitverkocht met het Top 2000 concert. We spelen ABBA, Golden Earring. Geen hoempa hoempa muziek. Niet voor niets zie je het ledenaantal van verenigingen in de omgeving terugloopt en wij nog altijd groeiende zijn.”
Naast Albert Alberts en Kor Pals spreken zondag ook Marjolein Rink, Jetta Leerling-de Vries en Edwin Leerling. De aanvang is om 10.00 uur. VCE Westerveld sluit de ochtend af met twee optredens.
